Quantcast

Osho citaten over AIDS

Osho citaten over AIDS

Aids: een existentiële ziekte?
 
Zou U alstublieft iets willen zeggen over AIDS?
 
“Ik weet zelfs niets over EHBO, en jij vraagt me iets te zeggen over AIDS! Maar het lijkt erop dat ik er iets over zal moeten zeggen. En in een wereld waar mensen die niets over zichzelf weten over God kunnen praten, waar mensen die niets van aardrijkskunde afweten over hemel en aarde kunnen praten, is het niet onvoorstelbaar dat ik iets over AIDS zou zeggen, hoewel ik zelf geen dokter ben. De ziekte die nu AIDS genoemd wordt, is ook niet zomaar een ziekte. Het is iets meer, iets dat de medische wereld overstijgt.

"In mijn ogen is het niet een ziekte die in dezelfde categorie past als andere ziektes, vandaar ook het gevaar ervan. Zij zal misschien ten minste twee derde van de mensheid doden. Het is eigenlijk het onvermogen om ziektes te weerstaan. Langzaamaan merkt men dat men meer en meer vatbaar wordt voor allerlei infecties, en dat men geen innerlijke weerstand heeft om deze infecties te lijf te gaan.

"Voor mij betekent het dat de mensheid de wil om te leven aan het verliezen is.

 
"Telkens als iemand de wil om te leven verliest, daalt zijn weerstandsvermogen onmiddellijk, omdat het lichaam het denken volgt. Het lichaam is een erg conservatieve dienaar van het denken; het dient het denken op een religieuze manier. Als het denken de wil om te leven verliest dan zal dit zich in het lichaam uiten als het dalen van de weerstand tegen ziekte, tegen de dood. De dokter zal zich natuurlijk nooit bezighouden met de wil om te leven – daarom dacht ik dat het beter zou zijn dat ik er iets over zeg.

"Het gaat zo’n enorm probleem over de hele wereld worden, dat welk inzicht dan ook vanuit welke dimensie dan ook een enorme hulp kan zijn. Alleen al in Amerika zijn er dit jaar vierhonderdduizend mensen geïnfecteerd met AIDS, en elk jaar zal dit aantal zich verdubbelen. Volgend jaar zullen het achthonderdduizend mensen zijn, en dan een miljoen zeshonderdduizend mensen; op die manier zal het verdergaan – verdubbelen. Dit jaar alleen al zal Amerika vijfhonderd miljoen dollar nodig hebben om deze mensen te helpen, en zelfs dan is er niet veel hoop dat ze zullen overleven.

"Aanvankelijk werd er gedacht dat het een ziekte van homoseksuelen was. Onderzoekers van over de hele wereld waren van mening dat het iets homoseksueels was – men ontdekte dat het meer voorkwam bij mannen dan bij vrouwen.

"Maar net gisteren kwam er een verslag uit Afrika dat het hele standpunt verandert. Afrika is in sterke mate betrokken bij het onderzoek naar de ziekte omdat Afrika het meest getroffen gebied is. Het lijkt alsof zwarten tweemaal zo vatbaar zijn voor de ziekte als blanken. Afrika lijdt aan een heel grote AIDS-epidemie, daarom hebben ze onderzoek gedaan. Het is een kwestie van leven en dood.

 
"Hun verslag is heel merkwaardig. Er staat in dat AIDS helemaal geen homoseksuele ziekte is, maar dat het een heteroseksuele ziekte is, en dat het voorkomt wanneer mensen voortdurend van partner wisselen – omgaan met veel vrouwen, met veel mannen, voortdurend van partner veranderen. Dit voortdurend veranderen is de oorzaak van de ziekte. Homoseksualiteit heeft er volgens hun onderzoek niets mee te maken. De opvatting van de onderzoekers in Europa en Amerika en de stelling van het Zuid-Afrikaanse rapport staan lijnrecht tegenover elkaar.

"Voor mij is het veelbetekenend. Het heeft niets te maken met heteroseksualiteit, noch met homoseksualiteit. Het heeft zeker iets te maken met seks. En waarom heeft het iets te maken met seks? – omdat de wil om te leven geworteld zit in seks. Als de wil om te leven verdwijnt, dan zal seks het meest kwetsbare gebied van het leven zijn om de dood aan te trekken.

"Onthoud goed dat ik geen medicus ben, en dat ik vanuit een totaal ander standpunt spreek. Toch is het veel waarschijnlijker dat wat ik zeg waar is dan wat die zogenaamde onderzoekers zeggen, omdat hun onderzoek oppervlakkig is. Zij denken enkel aan gevallen; ze verzamelen gegevens, feiten. Dat is niet mijn manier – ik ben geen feiten verzamelaar.

"Mijn werk bestaat niet uit onderzoek maar uit inzicht. Ik probeer elk probleem zo volledig mogelijk te doorgronden. Het oppervlakkige, wat het onderzoeksveld van de onderzoekers is, negeer ik simpelweg.

"Ik probeer diep door te dringen, en ik zie duidelijk dat seks het fenomeen is dat het meest gerelateerd is aan de wil om te leven. Als de wil om te leven afneemt, zal seks kwetsbaar zijn; dan is het geen kwestie van heteroseksualiteit of homoseksualiteit.
 

"In Europa en in Amerika begon men het te onderzoeken omdat het net een toeval was dat de eerste gevallen voorkwamen bij homoseksuelen; misschien waren homoseksuelen de wil om te leven meer kwijt dan heteroseksuelen. Het hele onderzoek was beperkt tot Californië, en de meeste slachtoffers waren Joden; vanzelfsprekend dat de onderzoekers vonden dat het te maken had met homoseksualiteit. Als er een heteroseksueel werd gevonden die ook de symptomen had, dan werd er natuurlijk verondersteld dat hij het had gekregen van een homoseksueel.

"Californië is zo’n dom deel van de wereld – en wat seks betreft, is het het meest perverse deel van de wereld. Je kan ook zeggen avant-garde, progressief, revolutionair, maar deze mooie woorden zullen de waarheid niet verbergen: Californië is te pervers geworden. Waarom gebeurt het, deze perversie? En waarom is het nu net in Californië gebeurd? – omdat Californië één van de meest gecultiveerde, geciviliseerde, welvarende samenlevingen is. Natuurlijk, ze hebben alles waar je op kan hopen, alles wat je kan verlangen – en dat is waar het probleem met de wil om te leven ontstaat.

 
"Als je honger hebt dan denk je aan werk zoeken, aan eten; je hebt geen tijd om na te denken over leven en dood. Je hebt geen tijd om na te denken over wat de betekenis van het bestaan is. Het is onmogelijk: een mens met honger kan niet nadenken over schoonheid, kunst, muziek. Neem een mens met honger, die aan het verhongeren is, mee naar een museum gevuld met mooie kunstwerken – denk je dat hij in staat zal zijn om daar enige schoonheid te zien? Zijn honger zal het hem verhinderen. Dit zijn luxeartikelen. Slechts wanneer aan al zijn basisbehoeftes is voldaan, wordt de mens geconfronteerd met de echte problemen van het leven. Arme landen kennen de echte problemen niet.

"Dus als ik zeg dat de rijkste mens de armste is, dan kun je begrijpen wat ik hiermee bedoel. De rijkste mens leert de onoplosbare problemen van het leven kennen, en hij zit vast; hij kan nergens naartoe. De arme mens heeft zoveel te doen, zoveel te bereiken, hij moet nog zoveel worden. Wie geeft er om filosofie, theologie, kunst? Ze zijn te groot voor hem. Hij is geïnteresseerd in heel wereldse zaken, heel kleine dingen. En het is onmogelijk voor hem om zijn bewustzijn op zichzelf te richten en na te denken en te piekeren over het bestaan, het zijn – gewoon onmogelijk.

"Californië is, helaas, één van de gelukkigste delen van de wereld, op alle gebied: het heeft de mooiste mensen, mooi land, en het heeft de hoogste piek van luxe bereikt. En daar komt de vraag op. Je hebt alles gedaan; wat is er nu anders nog te doen? Dat is het punt waar perversie ontstaat.

 
"Je hebt vele vrouwen gekend en je hebt begrepen dat het allemaal hetzelfde is. Zodra je het licht uitdoet, zijn alle vrouwen hetzelfde. Wanneer het licht uit is, en als de vrouw een andere kamer ingaat en je eigen vrouw binnenkomt – zonder dat jij je daar bewust van bent – misschien vrij je dan wel met je vrouw, terwijl je mooie dingetjes tegen haar zegt, niet wetende dat zij je eigen vrouw is. Wat ben je aan het doen? Als iemand te weten komt dat je deze mooie dialogen voert - die je geleerd heb van Hollywood films – met je eigen vrouw, dan zullen ze zeker denken dat je gek geworden bent. Deze zijn bedoeld voor andermans vrouwen, niet voor je eigen vrouw. Maar in het donker is er geen verschil.

"Als een man eenmaal vele vrouwen kent, en een vrouw vele mannen kent, wordt één ding zeker: dat het hetzelfde is, een herhaling. De verschillen zijn oppervlakkig, en wat het seksuele contact betreft, maakt het niet uit. Een iets langere neus, of een beetje blonder haar, een witter gezicht of een beetje gebruind – wat maakt het uit als je met een vrouw gaat vrijen? Ja, vóór het vrijen met een vrouw maken al deze dingen een verschil. En het blijft iets uitmaken in landen waar monogamie nog steeds de regel is.

"Bijvoorbeeld, in een land zoals India zal de ziekte AIDS niet voorkomen zolang India monogaam blijft, het is onmogelijk – om de eenvoudige reden dat mensen enkel hun eigen vrouw kennen, enkel hun eigen man, hun hele leven lang. En ze blijven altijd nieuwsgierig naar hoe de vrouw van de buurman zou aanvoelen. Het blijft altijd een enorme nieuwsgierigheid, maar er is geen mogelijkheid tot perversie.

"Een basisvoorwaarde voor perversie is dat je er genoeg van hebt steeds van vrouw te veranderen, je wilt iets nieuws. Dan beginnen mannen mannen uit te proberen – dat lijkt anders te zijn; vrouwen beginnen vrouwen uit te proberen – dat voelt een beetje anders aan. Maar voor hoelang? Al snel is ook dit hetzelfde. Opnieuw komt de vraag op.

"Dit is het punt waarop je allerlei dingen uitprobeert, en langzaamaan wordt één ding duidelijk: dat het allemaal nutteloos is. Nieuwsgierigheid verdwijnt. Wat voor zin heeft het dan nog om voor morgen te leven. Het was nieuwsgierigheid: morgen kan er misschien iets nieuws gebeuren. Nu weet je dat het nieuwe nooit gebeurt. Er is niets nieuws onder de zon. Het nieuwe is slechts een hoop, het gebeurt nooit. Je probeert allerlei ontwerpen uit van meubels, huizen, architectuur, kleren – en uiteindelijk faalt alles.‘Als alles faalt en als er geen hoop voor morgen is, dan kan de wil om te leven niet doorgaan met dezelfde geestdrift, kracht, volharding.’ Hij begint te slinken. Het leven lijkt zijn vitaliteit te verliezen. Je bent in leven want wat kun je anders doen? Je begint aan zelfmoord te denken.

"Van Sigmund Freud wordt gezegd dat hij zei: ‘Ik ben nog nooit iemand tegengekomen, die tenminste één keer in zijn leven, er niet aan gedacht heeft om zelfmoord te plegen.‘ Maar Sigmund Freud is nu te oud, verouderd. Hij praatte over psychologisch zieke mensen; dat waren de mensen waarmee hij in contact kwam.

 
"Mijn eigen ervaring is dat de arme mens nooit denkt aan het plegen van zelfmoord. Ik ben duizenden arme mensen tegengekomen; ze denken nooit aan zelfmoord. Ze willen leven, omdat ze nog niet geleefd hebben; hoe kunnen zij denken aan zelfmoord?

"Het leven heeft zoveel te bieden, en ze zien dat iedereen van allerlei dingen aan het genieten is en zij hebben nog niet geleefd. Er is een sterke drang, kracht, om te leven. Er moet nog veel gedaan worden, er moet nog veel bereikt worden. Het hele spectrum van ambities is beschikbaar, en zij hebben er zelfs nog niet aan geroken. Geen bedelaar denkt ooit aan het plegen van zelfmoord. Logisch gezien zou het juist omgekeerd moeten zijn: elke bedelaar zou moeten denken aan het plegen van zelfmoord, maar geen enkele bedelaar denkt er ooit aan – zelfs niet een bedelaar die geen ogen heeft, die blind is, verlamd, kreupel ...

"In arme landen denkt niemand aan zelfmoord, in arme landen is de vraag naar betekenis niet opgekomen. Het is een Westerse vraag. Wat is de betekenis van het leven? In het Oosten vraagt niemand dat. Het Westen is tot een verzadigingspunt gekomen waar je alles waarvoor je zou kunnen leven al geleefd hebt. Wat nu? Als je moedig genoeg bent, pleeg je zelfmoord – of moord ...

"Als deze ziekte, AIDS, zich eenmaal verspreidt – en ze is zich aan het verspreiden, het is al een epidemie, ook in Amerika. De politici houden zich stil, de priesters houden zich stil, omdat het probleem te groot is, en niemand lijkt enig idee te hebben over hoe het op te lossen, dus is het beter om zich stil te houden. Maar hoelang kan je je stilhouden?

"Het probleem is zich aan het verspreiden, en als het zich eenmaal verspreidt en groter wordt, zal je versteld staan: de beroepen die de hoogste toppen zullen scheren in deze AIDS-business zijn de priesters, de nonnen, de monniken. Zij zullen er het meest door getroffen worden, omdat zij langer dan wie ook perverse seks beoefend hebben. Californië is nog nieuw. Deze monniken en nonnen leven al sinds eeuwen in ‘Californië’.

"Zoals het op mij overkomt, is de ziekte spiritueel.

 
"De mens is op een punt gekomen waar hij merkt dat het pad eindigt. Teruggaan is betekenisloos omdat alles wat hij gezien heeft, geleefd heeft, niets heeft voorgesteld; het is gebleken dat het allemaal betekenisloos is. Teruggaan heeft geen zin; om verder te gaan is er geen pad: hij staat voor een afgrond. Als hij in deze situatie het verlangen, de wil om te leven verliest, dan is dit niet onverwachts.
 
 
"Het is proefondervindelijk aangetoond dat als een kind niet wordt opgevoed door liefhebbende mensen – de moeder, de vader, de andere kleine kinderen in de familie – als het kind niet wordt opgevoed door liefhebbende mensen, dan kun je hem alle voedingsstoffen geven maar toch zal zijn lichaam op de een of andere manier blijven ineenkrimpen. Je geeft al het nodige – in medische behoeften is voorzien, er wordt veel zorg gedragen – maar het kind blijft maar ineenkrimpen. Is het een ziekte? Ja, voor het medische denken is alles een ziekte; er moet iets fout zijn. Ze zullen blijven doorgaan met het onderzoeken van de feiten waarom dit gebeurt. Maar het is geen ziekte.

"De wil van het kind om te leven is zelfs nog niet ontstaan. Het heeft liefdevolle warmte nodig, blije gezichten, dansende kinderen, de warmte van het lichaam van de moeder – een zeker milieu dat hem laat voelen dat het leven geweldige schatten heeft om te ontdekken, dat er zoveel vreugde, dans en spel is; dat het leven niet slechts een woestijn is, dat er enorme mogelijkheden zijn. Hij zou in staat moeten zijn om deze mogelijkheden te zien in de ogen om hem heen, in de lichamen om hem heen. Alleen dan zal de wil om te leven ontluiken – het is bijna net als een lente. Anders zal hij ineenkrimpen en sterven – niet aan een fysieke ziekte, hij zal gewoonweg ineenkrimpen en sterven.

"Ik heb weeshuizen bezocht … Eén van mijn vrienden, Rekhchand Parekh, in Chanda, Maharashtra, was het hoofd van een weeshuis – er waren ongeveer honderd tot honderdtien wezen. En wezen kwamen aan, twee dagen oud, drie dagen oud; de mensen lieten hen gewoon achter bij de ingang van het weeshuis. Hij wou dat ik het weeshuis kwam bezoeken. Ik zei: ‘Ik zal het later eens bezoeken, omdat ik weet dat alles wat er is me onnodig verdrietig zal maken.’ Maar hij drong aan, en dus ging ik eens langs, en wat ik zag … Ze zorgden voor alles, hij overstelpte deze kinderen met zijn geld, maar ze stonden allemaal op het punt om ieder ogenblik te sterven. Er waren dokters, verpleegsters, medische faciliteiten, eten, alles was er. Hij had zijn eigen mooie bungalow gegeven – zelf was hij naar een kleinere bungalow verhuisd – een mooie tuin en alles was er; maar de wil om te leven was er niet.

 
"Ik zei tegen hem: ‘Deze kinderen zullen langzaam blijven sterven.’

"Hij zei: ‘Dat zeg je tegen mij? Ik heb dit weeshuis twaalf jaar; honderden zijn er gestorven. We hebben al het mogelijke geprobeerd om hen in leven te houden, maar niets blijkt te werken. Ze blijven maar ineenkrimpen en op een dag zijn ze er gewoon niet meer.’ Als er een ziekte zou zijn, dan zou de dokter kunnen helpen, maar er was geen ziekte; het kind had gewoon geen verlangen om te leven. Toen ik hem dit zei, werd het hem duidelijk. Onmiddellijk, diezelfde dag, droeg hij het weeshuis over aan de regering, en hij zei: ‘Twaalf jaar lang heb ik geprobeerd om deze kinderen te helpen; nu weet ik dat het niet mogelijk is. Wat ze nodig hebben, kan ik niet geven, dus is het beter dat de regering het overneemt.’ Hij zei tegen mij: ‘Ik ben vaak op dit punt gekomen maar ik kan de dingen niet zo goed onder woorden brengen en dus kon ik er niet achter komen wat het was. Maar ik voelde vaag aan dat er iets ontbrak en dat dat hen blijft doden.’

"AIDS is iets soortgelijks. Het weeskind krimpt ineen en sterft omdat zijn wil om te leven nooit ontkiemt, nooit ontluikt, nooit een vloeiende stroom wordt. AIDS is iets soortgelijks: ineens voel je dat je een existentiële wees bent. Dit existentiële gevoel een wees te zijn veroorzaakt het verdwijnen van de wil om te leven. En als de wil om te leven verdwijnt dan zal seks het eerste zijn dat wordt aangetast omdat je leven begint met seks; het vloeit voort uit seks.

 
"Dus zolang je leeft, pulserend, hopend, ambitieus, en ‘morgen’ een utopie blijft zodat je het verleden, dat betekenisloos was, kan vergeten, kun je het heden, dat ook betekenisloos is, vergeten ... maar morgen als de zon opgaat en alles anders zal zijn ... Alle religies hebben je deze hoop gegeven.

"Die religies hebben gefaald. Hoewel je het etiket blijft houden – Christen, Jood, Hindoe – het is slechts een etiket. Vanbinnen ben je de hoop kwijt, de hoop is verdwenen. Religies konden niet helpen; ze waren huichelachtig. Politici konden niet helpen. Zij hadden nooit de intentie om te helpen; het was slechts een strategie om je uit te buiten. Maar hoelang kan deze valse utopie – politiek of religieus – je helpen? Vroeg of laat zal de mens op een dag volwassen worden; en dat is wat er aan het gebeuren is. De mens is volwassen aan het worden, is er zich bewust van aan het worden dat hij bedrogen is door de priesters, door de ouders, door de politici, door de pedagogen. Hij is gewoon bedrogen door iedereen, en ze hebben hem valse hoop gegeven. De dag dat hij volwassen wordt en zich dit realiseert, stort het verlangen om te leven in. Het eerste dat hierdoor aangetast zal worden is je seksualiteit. Voor mij is dat AIDS.

"Als je seksualiteit begint af te nemen, ben je eigenlijk aan het hopen dat er iets zal gebeuren en dat je in eeuwige stilte zal gaan, voor eeuwig zal verdwijnen. Je weerstand is er niet. AIDS heeft geen andere symptomen behalve dat je weerstand blijft dalen. Je kan maximaal twee jaar leven als je geluk hebt en niet per ongeluk wordt besmet. Elke infectie zal ongeneselijk zijn en elke infectie zal je meer en meer verzwakken. Twee jaar is het langst dat de AIDS-patient kan leven; en mogelijk verdwijnt hij enige tijd eerder. En geen behandeling zal helpen, omdat geen behandeling de wil om te leven kan terugbrengen.

 
 
"Wat ik hier aan het doen ben is multidimensioneel. Je bent je niet volledig bewust van wat ik probeer te doen; misschien word je je er slechts bewust van als ik weg ben. Ik probeer je geen hoop te geven voor de toekomst – want dat heeft gefaald – ik probeer je hier en nu hoop te geven. Waarom zou je je iets aantrekken van morgen? – omdat ‘morgen’ niet geholpen heeft. Eeuwenlang heeft ‘morgen’ je je op de één of andere manier laten voortslepen, en het heeft jou zo vaak tekort gedaan, dat je je er nu niet langer aan kan blijven vastklampen. Dat zou je reinste stommiteit zijn. Zij die er nog steeds aan blijven vasthangen bewijzen alleen maar dat ze een achterlijk brein hebben.

"Ik probeer van dít moment een vervulling te maken, een tevredenheid die zo diep gaat dat er geen behoefte is aan de wil om te leven. De wil om te leven is nodig omdat je niet leeft. De wil blijft je opbeuren: jij blijft maar wegglijden, de wil blijft je opbeuren. Ik probeer niet je een nieuwe wil om te leven te geven, ik probeer gewoon je te leren zonder enige wil te leven, om vreugdevol te leven. Je blijft vergiftigd worden door ‘morgen’. Vergeet ‘gisteren’, vergeet ‘morgen’. We leven nú!  Laten we dat vieren en intens beleven. En gewoon door intens te leven zul je sterk genoeg zijn om zonder de wil om te leven weerstand te bieden aan allerlei soorten ziektes, alle suïcidale houdingen.

 
 
"Gewoon intens leven is zo’n kracht dat niet alleen jij kunt leven, je kunt ook anderen in vuur en vlam zetten.

"Dit is altijd al een bekend feit geweest. Als er grote epidemies zijn, heb je je niet afgevraagd waarom de dokters en verpleegsters en anderen niet geïnfecteerd raken? Zij zijn mensen net zoals jij, en ze zijn overwerkt, meer vatbaar voor infecties omdat ze voortdurend moe zijn. Als er een epidemie is dan kun je niet vasthouden aan een werkdag van vijf of zes uur en een vijfdaagse werkweek. Een epidemie is een epidemie; zij trekt zich niets aan van jouw vrije dagen en je overuren. Je moet werken – mensen werken zestien uur, achttien uur, elke dag, maandenlang. En toch raken de dokters, de verpleegsters, de mensen van het Rode Kruis niet besmet.

"Wat is het probleem? Waarom worden anderen besmet? Dit zijn soortgelijke mensen. Als het een kwestie is van het Rode Kruis op je shirt hebben ... zet dan het Rode Kruis op iedereen’s shirt; op elk huis het Rode Kruis. Als het Rode Kruis de besmetting zou voorkomen dan zou het zo gemakkelijk zijn – maar zo zit het niet in elkaar.

"Nee, deze mensen zijn zozeer betrokken bij het helpen van anderen, zij hebben geen ‘morgen’. Dit moment vraagt zo’n betrokkenheid, ze hebben geen ‘gisteren’. Ze hebben geen tijd om te denken of zelfs om zich zorgen te maken, ‘Ik zou besmet kunnen worden.’ Hun betrokkenheid ... Als miljoenen mensen aan het sterven zijn, kun je dan aan jezelf denken, aan je leven, en je dood? Al je energie stop je in het helpen van mensen, je doet wat mogelijk is. Je bent jezelf vergeten, en omdat je jezelf bent vergeten kun je niet besmet worden. De persoon die besmet had kunnen worden, is afwezig: hij wordt zo opgeslokt door dingen te doen, hij verliest zich in zijn werk.

"Het doet er niet toe of je nu aan het schilderen of aan het beeldhouwen bent, of je bent een stervend mens aan het bijstaan – het doet er niet toe wat je aan het doen bent, wat ertoe doet is: ben je volledig betrokken bij het hier-en-nu? Als je betrokken bent bij het hier-en-nu dan ben je volledig buiten het gebied waar besmetting mogelijk is. Als je zo betrokken bent, dan wordt je leven een oerkracht. En je zult zien: zelfs een luie dokter vergeet ineens zijn luiheid, ten tijde van een epidemie, als honderden mensen aan het sterven zijn. En een oude dokter vergeet ineens zijn leeftijd ...

"Alleen meditatie kan je energie hier en nu vrijmaken. En dan is er geen behoefte aan hoop, aan utopie, aan wat voor paradijs waar dan ook. Elk moment is een paradijs op zich. Maar wat mijn nevoegdheden betreft; ik ben niet bevoegd om ook maar iets te zeggen over AIDS. Ik heb zelfs nog nooit een EHBO-opleiding gevolgd. Vergeef me dus dat ik ingegaan ben op iets waar ik niets mee te maken heb. Maar ik ga ermee door en ik blijf ermee doorgaan.”
 

 
Osho, From Misery to Enlightenment, Talk #28