Quantcast

About Meditation? In stilte zitten...

In stilte zitten...

<< Back

'In stilte zitten, niets doen, de lente komt en het gras groeit vanzelf'. Wij worden constant gedrild met het aforisme, „sta daar niet alleen maar- doe iets!' Maar toch zou Boedha zeggen, „Doe niets, blijf daar staan!“ De onbewuste man reageert, terwijl de wijze er naar kijkt. Maar wat spontaniteit betreft? Is spontaniteit te vergelijken met kijken naar?

Boedha zegt zeker: doe niets, blijf daar staan! Maar dat is slechts het begin van de bedevaart, niet het eind. Wanneer je hebt geleerd om te blijven staan, als je hebt geleerd om ongelooflijk stil te zijn, onbeweeglijk, ongestoord, als je weet hoe je moet zitten, stil zitten, niets doende, de lente komt en het gras groeit vanzelf. Maar het gras groeit, onthou dat!

Actie verdwijnt niet: het gras groeit uit zichzelf. De buddha wordt niet inactief; grote actie vindt door hem plaats, hoewel er geen 'doener' meer is. De 'doener' verdwijnt, het 'doen' gaat verder. En als er geen 'doener' is, is het 'doen' spontaan; het kan niet anders. Het is de 'doener' die geen spontaniteit toestaat.

De doener betekent het ego, de ego betekent het verleden.

Als je handelt doe je dat altijd vanuit het verleden, je handelt vanuit de ervaringen die je hebt opgeslagen, je handelt vanuit de conclusies die je hebt getrokken uit het verleden. Hoe kan je dan spontaan zijn?

Het verleden overheerst, en vanwege het verleden kan je zelfs het heden niet zien. Je ogen zijn zo vol van het verleden, de rook van het verleden is zo dicht , dat zien onmogelijk is. Je kunt niet zien! Je bent bijna helemaal blind - blind vanwege de rook, blind vanwege de conclusies van het verleden, blind vanwege kennis.

De mens met kennis is de meeste blinde in de wereld. Omdat hij functioneert vanuit zijn kennis , ziet hij wat niet de situatie is. Hij blijft eenvoudig mechanisch functioneren. Hij heeft iets geleerd; het is een kant-en-klaar mechanisme in hem…vandaar uit handelt hij.

Er is een beroemd verhaal:

Er waren twee tempels in Japan , beide vijanden van elkaar, zoals tempels door de eeuwen heen altijd zijn geweest. De priesters waren zulke tegenpolen dat zij zelfs waren gestopt met naar elkaar te kijken. Als zij elkaar op de weg tegenkwamen, bekeken zij elkaar niet. Als zij elkaar tegenkwamen stopten zij met praten; eeuwenlang hadden die twee tempels en hun priesters niet met elkaar gesproken.

Maar de priesters van beide kanten hadden twee kleine jongens, om hen te bedienen, om boodschappen te doen. De priesters waren bang dat de jongens, tenslotte waren het jongens, vrienden van elkaar zouden worden. De ene priester zei tegen zijn jongen: 'Onthou het goed, de andere tempel is onze vijand. Spreek nooit tegen de jongen van de andere tempel! Zij zijn gevaarlijke mensen - vermijd hen alsof je een ziekte vermijdt, alsof je de pest vermijdt. Vermijd hen!„

De jongen was altijd geinteresseerd, omdat hij moe werd om naar al die grote preken te luisteren- hij kon ze niet begrijpen. Er werden vreemde geschriften gelezen, maar hij begreep de taal niet . Grote, enorme problemen werden besproken. Er was niemand om mee te spelen, niemand om mee te praten. En toen hem werd verteld, „spreek niet tegen de jongen van de andere tempel,“ kwam er een groot verlangen in hem op.

Dit is hoe verleiding tot stand komt. Die dag kon hij het niet laten om de andere jongen te spreken. Toen hij hem op de weg zag vroeg hij aan hem: 'waar ga jij naar toe'? De andere jongen was een beetje filosofisch ingesteld; Door te luisteren naar de grote filosofen was hij filosofisch geworden. Hij zei, „naar toe gaan? er is niemand die komt of gaat! het gebeurt gewoon, waarheen de wind mij ook meeneemt... “ Hij had zo vaak van de meester gehoord dat een buddha zo leeft, als een dood blad: waar de wind gaat, gaat het . Dus de jongen zei: 'ik ben er niet! Er is geen doener. Dus hoe kan ik gaan? Over welke onzin heb je het? Ik ben een dood blad. Waar de wind mij meeneemt...„

De andere jongen was met stomheid geslagen . Hij kon niet zelfs antwoorden. Hij kon niets zeggen. Hij was werkelijk verward, beschaamd, en het voelde ook zo. „Mijn meester had gelijk toen hij zei niet met deze mensen te praten - dit zijn gevaarlijke mensen! Wat voor soort praten is dit? Ik had een eenvoudige vraag gesteld: „waar ga je naar toe?“ In feite wist ik reeds waar hij naar toe ging, omdat wij allebei groenten op de markt gingen kopen. Een eenvoudig antwoord zou ok geweest zijn.„

Hij ging terug, vertelde zijn meester, „het spijt mij, neem mij niet kwalijk . U had het mij verboden en ik heb niet naar u geluisterd. Dit is de eerste keer die ik met die gevaarlijke mensen heb gesproken. Ik stelde enkel een eenvoudige vraag. Waar ga je naar toe?“ en hij begon vreemde dingen te zeggen: „Er is geen gaan, geen komen. Wie komt er? Wie gaat er? Ik ben helemaal leegte, zei hij , alleen maar een dood blad in de wind. En waar de wind me ook mee naar toe neemt.....“

De meester zei, „ik heb het je gezegd! Nu, ga morgen op dezelfde plaats staan en als hij komt vraag hem dan weer: 'waar ga je naar toe?' En wanneer hij deze dingen zegt, zeg je eenvoudig, „dat is waar . Ja, jij bent een dood blad, ik ook. Maar wanneer de wind niet waait, waar ga je dan heen? Waar kan je dan heen gaan?“ Zeg hem enkel dat, en dat zal hem verwarren - en hij moet worden verward, hij moet worden verslagen. Wij hebben constant ruzie gemaakt, en die mensen hebben ons in geen enkel debat kunnen verslaan. Dus morgen moet het worden gedaan!„

De jongen stond vroeg op, bereidde zijn antwoord voor, herhaalde het vele keren voordat hij ging. Toen ging hij op de plaats staan waar de jongen gewoon was de straat over te steken, herhaalde het steeds opnieuw, bereidde zich voor en toen zag hij de jongen aankomen. Hij zei, „O.k., nu!„

De jongen kwam. Hij vroeg, „waar ga jij naar toe?“ En hij hoopte dat nu de kans zou komen...


Opnieuw teneergeslagen, nu werkelijk beschaamd dat hij eenvoudig stom was: „deze jongen kent zeker sommige vreemde dingen - nu zegt hij, „waar de benen me mee naar toe nemen....“ „

Hij keerde naar de meester terug. De meester zei, „ik heb tegen je gezegd niet met deze mensen te praten- zij zijn gevaarlijk! Dit is onze eeuwenlange ervaring. Maar nu moet er iets worden gedaan. Dus morgen vraag je opnieuw, „waar ga je naar toe?“ en als hij zegt, „waarheen mijn benen me meenemen,“ zeg hem dan, „en als je geen benen hebt, wat dan…?“ Hij moet op de een of andere manier tot zwijgen worden gebracht!„

Dus de volgende dag vroeg hij opnieuw: „waar ga je naar toe?' en wachtte . En de jongen zei „ik ga naar de markt groenten halen.„

De mens functioneert doorgaans vanuit het verleden en het leven verandert steeds.

Het leven is niet verplicht om het met jouw conclusies eens te zijn. Daarom is het leven zo verwarrend, verwarrend voor de wetende-mens. Het heeft alle kant-en-klare antwoorden: de Bhagavadgita, de Bijbel, de Vedas. Het heeft zich met alles volgestopt , het kent alle antwoorden. Maar het leven stelt nooit opnieuw dezelfde vraag; daarom schiet de wetende-mens persoon altijd te kort.

Boedha zegt zeker: Weet hoe stil te zitten. Dat betekent niet dat hij zegt: Blijf voor altijd stil zitten. Hij zegt niet dat je inactief moet worden; integendeel, het is slechts uit de stilte dat de actie zich voordoet. Als je niet stil bent, als je niet weet hoe te stil te zitten, of te staan in stilte in diepe meditatie, wat je ook doet is reactie, geen actie .

Iemand beledigt je, drukt op een knop en jij reageert. Je bent boos, je springt boven op hem en dat noem je actie? Het is geen actie, let op, het is reactie. Hij is de manipulator en jij bent gemanipuleerd. Hij heeft op een knop geduwd en jij hebt als een machine gefunctioneerd.

Net zoals je op een knop drukt en het licht gaat aan en je drukt op een knop en het licht gaat uit - dat is wat mensen met jou doen: ze zetten je aan en ze zetten je uit .

Er komt iemand om je te prijzen en stuwt je ego omhoog en je voelt je dan zo goed; en dan komt er iemand en die vernietigt jou en je ligt simpel plat op de grond. Je bent niet je eigen meester: iedereen kan jou beledigen, droevig maken, boos, geirriteerd, verveeld, kwaad, gek. En iedereen kan jou prijzen en tot grote hoogte doen stijgen, kan je laten voelen dat je de grootste bent - dat Alexander de Grote niemand was in vergelijking met jou.

En je handelt volgens de manipulaties van anderen. Dit is geen echte actie.

Boedha liep door een dorp en de mensen kwamen en zij beledigden hem. En zij gebruikten alle beledigende woorden die zij kenden- alle vierletter woorden die zij kenden. Boedha stond daar, luisterde stil en zeer aandachtig, en zei toen, „dank je dat jullie naar mij gekomen zijn, maar ik heb haast. Ik moet het volgende dorp bereiken, de mensen daar wachten op me. Ik kan vandaag niet meer tijd aan jullie besteden, maar als ik morgen terugkom zal ik meer tijd hebben. Je kunt je morgen opnieuw verzamelen en als er dan nog iets is overgebleven van wat je wilde zeggen en daartoe nog niet in staat bent geweest , dan kan je het tegen mij zeggen. Maar vandaag, excuseer me.„

Die mensen konden hun oren en ogen niet geloven: deze man is volkomen onaangetast gebleven, ongestoord. Een van hen vroeg: 'hebt u ons niet gehoord? We hebben u voor alles uitgescholden en u hebt ons zelfs niet geantwoord !„

Boedha zei, „als je een antwoord wilde dan ben je te laat gekomen. U zou tien jaar geleden gekomen moeten zijn, dan zou ik u beantwoord hebben. Maar deze tien jaar ben ik gestopt om mij te laten manipuleren door anderen. Ik ben niet meer een slaaf, ik ben mijn eigen meester. Ik handel volgens mijzelf, niet volgens wie dan ook. Ik handel volgens mijn innerlijke behoefte. U kunt niet me dwingen om wat dan ook te doen. Het is volkomen goed:u wilde me beledigen, u beledigde me! Voel je vervuld. U hebt uw werk volkomen goed gedaan. Maar wat mij betreft, ik neem uw beledigingen niet, en als ik ze neem, zijn zij zonder betekenis.“

Wanneer iemand jou beledigt moet je een ontvanger worden, je hebt te accepteren wat hij zegt, alleen dàn kan je reageren . Maar als je het niet accepteert, als je gewoon los gemaakt blijft, als je afstand houdt, als je kalm blijft, wat kan hij dan doen?

Boedha zei, „iemand kan een brandende toorts in de rivier werpen. Het zal aan blijven tot het de rivier bereikt. Op het moment dat het in de rivier valt is alle vuur verdwenen, de rivier koelt het af. Ik ben een rivier geworden. Jullie gooien mij beledigingen toe. Ze staan in brand wanneer jullie ze gooien, maar op het moment dat ze mij bereiken, in mijn koelheid, is het vuur gedoofd. Zij kwetsen niet meer. U gooit doornen - in mijn stilte vallend worden zij bloemen. Ik handel vanuit mijn eigen intrinsieke natuur.„

Dit is spontaniteit. De man van bewustzijn, begrip handelt actief . De man die onbewust is, niet-waarnemend, mechanisch, als een robot, handelt re-actief.

Je vraagt me, 'de onbewuste mens handelt re-actief, de wijze mens kijkt er naar'. Het is niet dat hij alleen simpel er naar kijkt, er naar kijken is één aspect van zijn 'zijn' . Hij handelt niet zonder er naar te kijken. Maar begrijp Buddha niet verkeerd.

Buddhas zijn altijd verkeerd begrepen geweest.

Jij bent niet de eerste om het verkeerd te begrijpen. Dit gehele land heeft Boedha verkeerd begrepen; daarom is het gehele land inactief geworden. Omdat ze denken dat alle grote meesters zeggen: 'Zit stil', is het land lui geworden, belabberd; het land heeft de energie, de vitaliteit, het leven verloren. Het is volkomen saai geworden, dom, omdat intelligentie slechts scherper wordt wanneer je actief handelt.

En wanneer je elk moment handelt vanuit oplettendheid en bewustzijn komt er een groot begrip naar boven. Je begint te glanzen, gloeien, je wordt lichtgevend. Maar het gebeurt door twee dingen: kijken naar en handelen vanuit het kijken naar. Als het kijken naar inactiviteit wordt, pleeg je zelfmoord. Kijken naar zou je tot actie moeten brengen, een nieuwe manier van actie; een nieuwe kwaliteit is in actie gekomen .

Je kijkt er naar, je bent volkomen stil en rustig. je ziet wat de situatie is, en vanuit dat zien antwoord je. De man van bewustzijn antwoordt, hij is verantwoordelijk - letterlijk! Hij is ontvankelijk, hij re-ageert niet. Zijn actie is geboren vanuit zijn bewustzijn, niet vanuit jouw manipulatie; dat is het verschil. Daarom is het geen kwestie van onverenigbaarheid tussen kijken naar en spontaniteit . Het kijken naar is het begin van spontaniteit; de spontaniteit is de vervulling van ket kijken naar. .

De echte bewuste mens handelt, - handelt enorm, handelt totaal, maar hij handelt op het moment zelf, vanuit zijn bewustzijn.

Hij is als een spiegel. De gewone man, de onbewuste man, is niet als een spiegel, hij is als een fotografische plaat.

Wat is het verschil tussen een spiegel en een fotografische plaat? Een fotografische plaat wordt, zodra blootgesteld aan het licht, nutteloos. Het ontvangt de indruk, wordt er door geïmponeerd - het draagt het beeld. Maar onthou, het beeld is geen werkelijkheid - de werkelijkheid groeit.

Je kunt de tuin in gaan en een foto nemen van een rozenstruik . Morgen is de foto nog steeds dezelfde, overmorgen is de foto nog steeds dezelfe. Ga opnieuw en kijk naar de rozenstruik: het is niet meer dezelfde. De rozen zijn vergaan of er zijn nieuwe rozen bij gekomen. Duizend en één dingen zijn gebeurd.

Men zegt dat een realistische filosoof de beroemde schilder, Picasso opzocht. De filosoof geloofde in realisme en hij kwam Picasso kritiseren omdat de schilderijen van Picasso abstract zijn, zij zijn niet realistisch. Zij schilderen niet de werkelijkheid af zoals het is. In tegendeel, zij zijn symbolisch, hebben een totaal verschillende dimensie- zij zijn symbolisch.De realist zei „ik houd niet van uw schilderijen. Schilderen zou echt moeten zijn! Als u mijn vrouw schildert, dan zou het schilderij er als mijn vrouw moeten uitzien.“ En hij pakte een foto van zijn vrouw en zei, „kijk eens naar deze foto! Het schilderij zou er zo moeten uitzien.' Picasso bekeek het beeld en zei „is dit uw vrouw?' Hij zei: 'ja, dit is mijn vrouw!“ Picasso zei, „dat verrast mij! Zij is zeer klein en plat.'

Het beeld kan niet de vrouw zijn!

Een ander verhaal wordt verteld:
Een mooie vrouw kwam naar Picasso en zei, „ik heb eens een zelfportret van u gezien in het huis van een vriend. Het was zo mooi, ik werd ik er zo door beïnvloed, bijna gehypnotiseerd, dat ik het beeld omhelsde en het kuste.' Picasso zei 'werkelijk,! Een wat deed het beeld toen tegen U? Kuste het beeld U terug ?' De vrouw, „ben je gek?! Het beeld kuste me niet terug.' Picasso zei, „dan was ik het niet.„

Een foto is een dood ding. De camera, de fotoplaat, neemt slechts een statisch fenomeen op. En het leven is nooit statisch, het blijft veranderen. Jouw mind functioneert als een camera, het blijft beelden verzamelen - het is een album. En vanuit die beelden blijf je reageren. Daarom ben je nooit zeker van het leven, want wat je ook doet, het is verkeerd; wat je ook doet, zeg ik, het is verkeerd. Het sluit nooit aan.

Een vrouw toonde het familiealbum aan haar kind, en zij kwamen bij een foto van een mooie man: lang haar, een baard, zeer levendig, zeer jong.De jon
en vroeg, „Mammie, wie is deze man?„En de vrouw zei, „herken je hem niet? Het is je papa!De jongen keek wat verward en zei „als hij mijn papa is, wie is dan die kale man die bij ons woont?„

Een beeld is statisch. Het blijft zo, het verandert nooit. De onbewuste mind functioneert als een camera, het functioneert als een fotografische plaat. De waakzame mind, de meditatieve mind, functioneert als een spiegel. Het neemt geen indrukken op; het blijft volkomen leeg, altijd leeg.

Dus, wat er ook voor de spiegel komt wordt gereflecteerd. Als jij voor de spiegel staat, reflecteert het jou. Als je weg gaat zeg dan niet dat de spiegel jou bedondert. De spiegel is eenvoudig een spiegel. Wanneer je bent weggegaan reflecteert het jou niet langer, het heeft geen verplichting meer om jou te reflecteren . Nu kijkt iemand anders er in- het reflecteert dan iemand anders. Als er niemand is reflecteert het ook niets . Het is altijd de waarheid naar het leven

De fotografische plaat is nooit het ware leven. Zelfs als er op dit moment een foto van jou gemaakt wordt, tegen de tijd dat de fotograaf de foto ontwikkeld heeft ben jij al lang niet meer dezelfde! Er is al veel water door de Ganges gestroomd . Je bent gegroeid, veranderd, je bent ouder geworden. Misschien is er slechts één minuut voorbij gegaan, maar één minuut kan een groot ding zijn - je kan dood zijn! Slechts één minuut tevoren was je levend, ná een minuut kan je dood zijn . De foto zal nooit sterven.

Maar in de spiegel, als je in leven bent, ben je in leven; als je dood bent, ben je dood. Boedha zegt: Leer stil zitten - word een spiegel. De stilte maakt een spiegel van jouw bewustzijn, en dan functioneer je van moment naar moment. Je reflecteert het leven. Je draagt geen album binnen je hoofd mee. Dan zijn je ogen duidelijk en onschuldig, je hebt helderheid, je hebt visie, en je bent nooit ontrouw aan het leven. Dit is authentiek leven. align=right>Osho


The Dhammapada: The Way of the Buddha, Volume 2, Hoofdstuk 10

<< Back