Quantcast

OSHO Times Emotional Ecology Karakter of Bewustzijn?

Karakter of Bewustzijn?

Hoe kan ik een karakter ontwikkelen, dat sterk genoeg is, zodat ik door niets in de war raak en mijn kalmte niet verlies?

Ga naar de zee, en kijk naar de zee. Daar zijn miljoenen golven, maar diep daaronder blijft de zee kalm en rustig, in diepe meditatie. De beroering is slechts aan de oppervlakte, precies aan de oppervlakte, waar de zee de buitenwereld en de winden ontmoet. Anders, in zichzelf blijft de zee altijd dezelfde, geen rimpel; niets verandert.

Zo is het ook met jou. Net aan de oppervlakte waar je anderen ontmoet, is onrust, angst, woede, gebondenheid, hebzucht, lust…. Precies aan de oppervlakte waar de winden waaien en je raken. En als je aan de oppervlakte blijft kun je dit veranderende verschijnsel niet veranderen; het zal daar blijven.

Veel mensen proberen het daar aan de oppervlakte, te veranderen. Ze vechten ermee, ze proberen de golven tegen te houden. Maar door hun vechten, komen er zelfs nog meer golven, want als de zee vecht met de winden zal er veel beroering zijn: nu zal niet alleen de wind er aan meedoen, ook de zee zal meedoen – er zal enorme chaos aan de oppervlakte zijn.

Alle moralisten proberen de mens aan de buitenkant te veranderen. Je karakter is de buitenkant: je brengt geen karakter mee in de wereld, je komt helemaal karakterloos, een blanco vel, en alles wat je karakter noemt is er op geschreven door anderen. Je ouders, de maatschappij, leraren, leringen – allemaal conditionering. Je komt als een blanco vel, en wat er ook op geschreven is, komt van anderen; dus tenzij je weer een blanco vel wordt zul je niet weten wat de natuur is, zul je niet weten wat Brahma is, zul je niet weten wat Tao is.

Het probleem is dus niet hoe je aan een sterk karakter komt, het probleem is niet hoe je zonder woede kunt worden, hoe je niet in de war kunt raken – nee, dat is niet het probleem. Het probleem is hoe je je bewustzijn kunt verplaatsen van de oppervlakte naar het centrum. Dan zie je plotseling dat je altijd kalm bent geweest. Dan kun je van een afstand naar de buitenkant kijken, en die afstand is zo groot, oneindig groot, zodat je er naar kunt kijken alsof het niet aan jou gebeurd. Eigenlijk gebeurd het nooit aan jou. Zelfs als je er volledig in opgaat, gebeurt het nooit aan jou: iets in jou blijft onberoerd, iets in jou blijft erbuiten, iets in jou blijft een toeschouwer.

Dus het hele probleem voor de zoeker is, hoe hij z’n aandacht kan verschuiven van de buitenkant naar het centrum; hoe men kan versmelten met datgene dat onbeweeglijk is en niet geidentificeerd te raken met datgene wat slechts een grens is. Op de grens hebben anderen veel invloed, omdat op de grens verandering natuurlijk is. De buitenkant zal blijven veranderen – ook de buitenkant van een boeddha verandert.

Het verschil tussen een boeddha en jij is niet een verschil in karakter – onthoud dit; het is geen verschil in moraliteit, het is geen verschil in deugdzaamheid, het verschil is waar je in gegrond bent.

Jij bent gegrond aan de buitenkant, een boeddha is gegrond in het centrum. Hij kan van een afstand naar z’n eigen buitenkant kijken; als je hem slaat kan hij het zien alsof je iemand anders hebt geslagen, want het centrum is zo ver verwijderd. Hij is als een toeschouwer op de heuvel en er gebeurt iets in het dal en hij kan het zien. Dit is het eerste dat je moet begrijpen.

Ten tweede: het is heel gemakkelijk te controleren, maar heel moeilijk te transformeren. Het is heel gemakkelijk te controleren. Je kunt je woede onder controle houden, maar wat zul je doen? – je zult het onderdrukken. En wat gebeurd er als je een bepaald iets onderdrukt? De richting van de beweging verandert: het ging naar buiten, maar als je het onderdrukt gaat het naar binnen – alleen de richting verandert.

En dat woede er uit komt is goed, want vergif moet eruit. Het is slecht als woede naar binnen gaat, want dat betekent dat de hele structuur van je lichaam en geest erdoor vergiftigd worden. En als je dit een langere tijd doet… zoals iedereen heeft gedaan, omdat de maatschappij leert om onder controle te houden, niet om te transformeren.

De maatschappij zegt, ‘Houd jezelf onder controle,’ en door controle zijn alle negatieve dingen dieper en dieper in het onderbewuste gegooid, en dan worden ze een constante aanwezigheid in jezelf. Dan is de kwestie niet dat je soms kwaad bent en soms niet – dan ben je gewoon kwaad. Soms ontplof je, en soms ontplof je niet, omdat er geen excuus is, of omdat je een excuus moet vinden. En onthoud dit, je kunt overal excuses vinden!

Je bent kwaad. Omdat je zoveel woede onderdrukt hebt, zijn er geen momenten meer dat je niet kwaad bent, hoogstens ben je soms wat minder kwaad, en soms wat meer. Je hele wezen is vergiftigd door onderdrukking. Je eet in kwaadheid – en het heeft een andere kwaliteit, als een persoon zonder kwaadheid eet: het is mooi om naar hem te kijken, want hij eet niet gewelddadig. Hij zal misschien vlees eten, maar zonder geweld; je kunt soms alleen groeten en fruit eten, maar met onderdrukte woede, eet je toch gewelddadig.

…Dan zal het op allerlei manieren naar buiten komen, in elk gebied van je leven: als je de liefde bedrijft, zal het meer op geweld lijken dan op liefde; het zal veel agressie in zich hebben. Omdat je nooit naar elkaar kijkt als je de liefde bedrijft, weet je niet wat er gebeurt, en je kunt niet weten wat er in je gebeurt, omdat je bijna altijd zoveel agressie in je draagt.

Zo wordt het onmogelijk om een diep orgasme in de liefde te hebben – want diep van binnen ben je bang dat als je er helemaal in opgaat, zonder controle, je je vrouw of je geliefde zou kunnen doden, of dat de vrouw haar man of geliefde zou kunnen doden. Je wordt zo bang voor je eigen woede! Kijk maar, als je weer de liefde bedrijft: je maakt dezelfde bewegingen als wanneer je agressief bent. Kijk naar het gezicht, zorg dat er een spiegel in de buurt is, zodat je kunt zien wat er met je gezicht gebeurt! Alle vervormingen van woede en agressie zullen er zijn.

… Door onderdrukking wordt de geest gespleten. Het deel dat je accepteert wordt het bewuste en het deel dat je verwerpt wordt het onbewuste. Die verdeling is niet natuurlijk, die splitsing ontstaat door het onderdrukken. En je gaat maar door alle rommel die door de maatschappij wordt afgewezen in je onderbewuste te gooien – maar onthoud, dat alles wat je daar ingooit, deel van jou wordt: het gaat in je handen zitten, in je botten, in je bloed, in je hartslag. Nu zeggen de psychologen dat tachtig procent van de ziekten worden veroorzaakt door onderdrukte emoties: zoveel hartfalen betekent zoveel woede die is onderdrukt in het hart, zoveel haat, dat het hart vergiftigd is.

Waarom? Waarom onderdrukt de mens zoveel en wordt hij zo ongezond? Omdat de maatschappij je leert controle te houden, niet te transformeren, maar de weg van transformatie is totaal anders. In de eerste plaats is het helemaal niet de weg van controle, maar juist het tegenovergestelde.

In de eerste plaats: door controle onderdruk je, in transformatie, uit je. Maar het is niet nodig je te uiten naar iemand anders, want die ‘ander’ is irrelevant. De volgende keer dat je woedend bent, ga zeven keer rond het huis rennen, en ga daarna onder een boom zitten kijken waar de woede is gebleven. Je hebt het niet onderdrukt, je hebt het niet onder controle gehouden, je hebt het niet over iemand heen gegooid – want als je het over iemand heen gooit, ontstaat er een ketting, want die ander is net zo dwaas als jij, net zo onbewust als jij. Als je het over iemand uitstort en die ander is verlicht, dan is er geen probleem; hij zal je helpen het eruit te gooien, het te uiten en door een catharsis te gaan. Maar de ander is net zo onwetend als jij – je gooit je woede over hem heen en hij zal reageren. Hij zal nog meer woede teruggooien, hij is net zo onderdrukt als jij. Zo ontstaat een ketting: jij gooit het naar hem, hij gooit het naar jou, en jullie worden vijanden.

Gooi het niet op iemand anders. Het is net zoiets als wanneer je voelt dat je moet braken: je braakt toch ook niet op iemand anders? Kwaadheid moet braken. Ga naar de badkamer en braak! Het maakt het hele lichaam schoon – als je het braken onderdrukt, kan dat gevaarlijk zijn, en als je gebraakt hebt voel je je fris, je voelt je ontlast, je bent ontladen, goed en gezond. Er was iets verkeerd in het voedsel dat je had genomen en het lichaam wijst het af. Houd het niet binnen.

Woede is zoiets als mentaal braaksel. Je hebt iets verkeerds ingenomen en je hele psyche wil het er uit gooien, maar het is niet nodig het over iemand anders te gooien. Omdat mensen het over elkaar heen gooien, leert de maatschappij het onder controle te houden.

Het is niet nodig woede naar iemand te uiten. Je kunt naar je badkamer gaan, je kunt een lange wandeling maken – het betekent dat er vanbinnen iets zit dat snelle activiteit nodig heeft waardoor het geuit kan worden. Ga een eindje joggen en je zult voelen dat het weg is, of neem een kussen en sla op het kussen, en bijt het kussen totdat je handen en tanden ontspannen zijn. Binnen vijf minuten van catharsis voel je je ontlast, en als je dit eenmaal weet zul je het nooit meer op iemand anders gooien, omdat dat absoluut dwaas is.

Dus het eerste punt in transformatie is je woede te uiten, maar niet tegen iemand, want als je het uit naar iemand, kun je niet totaal zijn. Misschien wil je doden, maar dat kan niet; misschien wil je bijten, maar dat kan niet. Maar het kan wel met een kussen. Een kussen betekent “reeds verlicht”; het kussen is verlicht, een boeddha. Het kussen zal niet reageren; het kussen zal niet naar het gerechtshof gaan, en het kussen zal niet kwaad op je worden; het kussen zal niets doen. Het kussen zal blij zijn en tegen je lachen.

Het tweede punt dat je moet onthouden: wees bewust.

In controle heb je geen bewustzijn nodig, je doet het mechanisch, als een robot. De woede komt en dan is er een mechanisme – plotseling wordt je hele wezen vernauwd en gesloten. Als je goed oplet is de controle misschien niet zo makkelijk.

De maatschappij leert je nooit op te letten, want wanneer iemand oplet, is hij wijd open. Dat hoort bij bewustzijn – men is open, en als je iets wilt onderdrukken, maar je bent open, is het tegenstrijdig; het kan naar buiten komen. De maatschappij leert je hoe je jezelf afsluit, hoe je jezelf inkapselt – je laat zelfs geen klein raampje open om iets naar buiten te laten gaan.

Maar denk er aan: als er niets naar buiten kan, komt er ook niets naar binnen. Wanneer de woede er niet uitkan, ben je gesloten. Als je een mooie rots aanraakt, komt er niets naar binnen; je kijkt naar een mooie bloem, er komt niets binnen. Je kust iemand – niets komt binnen, omdat je gesloten bent. Je leeft een ongevoelig leven.

Gevoeligheid groei met bewustheid. Door controle wordt je saai en doods – dat hoort bij het mechanisme van controle: als je dof en doods bent zal niets invloed op je hebben, alsof het lichaam een citadel is geworden, een verdediging. Niets kan je beinvloeden, noch belediging, noch liefde.

Maar deze controle gaat ten koste van veel, onnodig veel; dan wordt dat het hele doel in het leven: hoe jezelf onder controle te houden – en dan sterven! Het hele gebeuren van controle neemt al je energie, en dan ga je dood. En het leven wordt een saai en doods gebeuren, je verdraagt het min of meer.

De maatschappij leert je controle en veroordeling, want een kind zal alleen controleren als hij voelt dat iets veroordeeld wordt. Kwaadheid is slecht; seks is slecht; alles dat onder controle gehouden moet worden, moet er voor het kind uitzien als een zonde, als het kwaad.

Een diepe veroordeling treft alles wat levend is. En seks is de meest levende zaak – dat moet wel! Het is de bron. Woede is ook een zeer levende zaak, want het is een beschermende factor. Als een kind helemaal niet kwaad kan zijn, zal het niet kunnen overleven. Op bepaalde momenten moet je kwaad zijn. Het kind moet z’n eigen wezen laten zien, het kind moet op bepaalde momenten voet bij stuk houden; anders heeft het geen ruggengraat.

Woede is mooi, seks is mooi. Maar mooie dingen kunnen lelijk worden. Dat hangt van jou af. Als je ze veroordeelt worden ze lelijk, als je ze transformeert worden ze goddelijk. Getransformeerde woede wordt liefde – want de energie is dezelfde. Een boeddha is liefdevol: waar komt zijn compassie vandaan? Het is dezelfde energie die woede veroorzaakte; nu gaat het niet over in woede, maar dezelfde energie wordt getransformeerd in compassie. Waar komt liefde vandaan? Een boeddha is vol liefde; een Jezus is vol liefde. Dezelfde energie die naar seks gaat, wordt liefde.

Onthoud dus, als je een natuurlijk verschijnsel veroordeelt, wordt het giftig, het maakt je stuk, het wordt destructief en suïcidaal. Als je het transformeert, wordt het goddelijk, het wordt een God-kracht, het wordt een elixer, je kunt er onsterfelijkheid door bereiken, een wezen zonder dood. Maar transformatie is nodig.

In transformatie controleer je nooit, je wordt je alleen meer bewust. Er is woede: je moet je bewust zijn dat de woede er is – kijk er naar! Het is een prachtig verschijnsel… energie die zich in je roert, die heet wordt!

Het is net als elektriciteit in de wolken. Mensen zijn altijd bang geweest voor elektriciteit. In het verleden, toen men nog onwetend was, dacht men dat die elektriciteit de boze god was, die dreigde en zou straffen – en angst veroorzaakte zodat de mensen aanbidders zouden worden, zodat de mensen zouden voelen dat de god daar was en hen wilde straffen.

Maar nu hebben we van die god huishoudelijke hulpen gemaakt. Nu gaat die god door je ventilator, door je airconditioner, door je koelkast: wat je maar nodig hebt wordt door god bediend. Nu god een huishoudelijk kracht is geworden, is het niet langer kwaad en niet langer bedreigend. Door de wetenschap is een uiterlijke kracht getransformeerd in een vriend.

Hetzelfde geldt voor innerlijke krachten, via religie.

Woede is net als elektriciteit in je lichaam: je weet niet wat je mee moet doen. Of je doodt iemand anders, of je doodt jezelf. De maatschappij zegt dat het goed is als je jezelf doodt, het is jouw zaak, maar doodt niet iemand anders – wat de maatschappij betreft is dat goed. Dus je wordt agressief of je wordt repressief.

Maar religie zegt dat het allebei verkeerd is. Het basis idee dat nodig is, is je bewust te worden en het geheim van deze energie, deze woede, deze innerlijke elektriciteit, te kennen. Het is elektriciteit, want je wordt heet, als je kwaad bent gaat je temperatuur omhoog, en kun je de koelheid van een boeddha niet begrijpen, want als woede is getransformeerd in compassie, is alles koel. Een diepe koelte ontstaat. Boeddha is nooit heet, hij is altijd koel, gecenterd, want hij weet hoe hij de innerlijke elektriciteit kan gebruiken. Elektriciteit is heet; het is de bron van airconditioning. Woede is heet – het wordt de bron van compassie.

Compassie is een innerlijke airconditioning. Plotseling is alles koel en mooi, en niets kan je in de war brengen, en het hele bestaan is veranderd in een vriend. Nu zijn er geen vijanden meer… want als je door de ogen van woede kijkt, wordt iemand een vijand, maar als je door de ogen van compassie kijkt, is iedereen een vriend, een buurman. Als je liefhebt, is God overal; als je haat, is de duivel overal. Het is jouw standpunt dat wordt geprojecteerd op de werkelijkheid.

Bewustzijn is nodig, niet veroordeling – en door bewustzijn vindt vanzelf transformatie plaats. Als je je bewust wordt van je woede, dringt het inzicht door. Kijk alleen, zonder oordeel, zonder te zeggen dat het goed of slecht is, alleen kijken in je innerlijke hemel. Er is bliksem, woede, je bent heet, het hele zenuwstelsel schudt en kreunt, en je trilt over je hele lichaam – een prachtig moment, want als de energie functioneert kun je het gemakkelijk observeren; als het niet functioneert, kun je het niet observeren.

Sluit je ogen en mediteer er over. Vecht niet, kijk alleen wat er gebeurt – de hele lucht gevuld met elektriciteit, zoveel weerlicht, zoveel schoonheid – ga gewoon op de grond liggen en kijk naar de lucht, observeer. Doe dan hetzelfde van binnen.

Er zijn wolken, want zonder wolken kan er geen bliksem zijn – er zijn donkere wolken, gedachten. Iemand heeft je beledigd, iemand heeft je uitgelachen, iemand heeft dit of dat gezegd… veel wolken, donkere wolken in de innerlijke lucht en veel weerlicht. Kijk! Het is een prachtige scène, verschrikkelijk ook, want je begrijpt het niet. Het is mysterieus, en als mysterie niet wordt begrepen, maakt het je bang. Maar als een mysterie wordt begrepen, wordt het een zegen, een geschenk, want nu heb je de sleutels – en met sleutels ben je de meester.

Osho: And the Flowers Showered