Quantcast

OSHO Times The Other: Myself Wat is jaloezie en waarom doet het zo'n pijn?

Wat is jaloezie en waarom doet het zo'n pijn?

Jaloezie heeft te maken met vergelijken. En er is ons geleerd om te vergelijken, we zijn geconditioneerd te vergelijken, altijd vergelijken. Iemand anders heeft een beter huis, iemand anders heeft een mooier lichaam, iemand anders heeft meer geld, iemand anders heeft een meer charismatische persoonlijkheid. Vergelijk, ga jezelf vergelijken met iedereen die je tegenkomt, en er zal grote jaloezie ontstaan; het is een neveneffect van de conditionering van vergelijken.

Maar als je het vergelijken loslaat, verdwijnt jaloezie. Dan weet je gewoon, dat jij jij bent, en niemand anders, en dat hoeft ook niet. Het is goed dat je jezelf niet vergelijkt met bomen, anders zou je wel eens erg jaloers kunnen worden: waarom ben ik niet groen? En waarom is God zo streng voor je – en er zijn geen bloemen? Het is maar goed dat je je niet vergelijkt met vogels, met rivieren, met bergen; anders zou je erg lijden. Je vergelijkt alleen met menselijke wezens, omdat je geconditioneerd bent om je alleen met mensen te vergelijken; je vergelijkt niet met pauwen of met papagaaien. Anders zou de jaloezie erger en erger worden: je zou zo beladen zijn met jaloezie dat je niet meer in staat zou zijn om te leven.

Vergelijken is een domme gewoonte, want iedere persoon is uniek en onvergelijkbaar. Als dit inzicht eenmaal tot je doordringt, verdwijnt jaloezie. Een ieder is uniek en onvergelijkbaar. Je bent gewoon jezelf, niemand is ooit zoals jij geweest en niemand zal ooit zijn zoals jij. En jij hoeft ook niet als iemand anders te zijn.

God schept alleen originelen; hij gelooft niet in kopieën.

Er was een groepje kippen op het erf, toen er een voetbal over de schutting vloog en tussen hen in landde. Een haan waggelde naar voren, bestudeerde hem, en zei toen, “Ik wil niet klagen, meisjes, maar kijk eens wat ze hiernaast produceren.”

Bij de buren gebeuren geweldige dingen: het gras is groener, de rozen zijn roser. Iedereen lijkt gelukkig – behalve jezelf. Je bent voortdurend aan het vergelijken. En hetzelfde is het geval met de anderen, zij vergelijken ook. Misschien denken ze wel dat het gras van jouw tuin groener is – het ziet er van een afstand altijd groener uit – of dat jij een mooiere vrouw hebt… Jij bent moe, je kunt niet geloven hoe je jezelf heb kunnen inlaten met deze vrouw, je weet niet hoe je van haar af moet komen – maar de buurman is misschien jaloers op je, omdat je zo’n mooie vrouw hebt! En misschien ben jij jaloers op hem…

Iedereen is jaloers op iedereen. En door die jaloezie creëren we grote ellende, en door jaloezie worden we erg gemeen.

Een oudere boer keek somber naar de ravage die was aangericht door de overstroming. “Hiram!” schreeuwde een buurman, “je varkens zijn allemaal weggespoeld door de kreek.”
“En hoe is het met de varkens van Thompson?” vroeg de boer.
“Die zijn ook weg.”
“En die van Larsen?”
“Ook”.
“Humph!” riep de boer opgevrolijkt uit, “Het is niet zo erg als ik dacht.”

Het voelt goed als iedereen ellendig is; het voelt goed als iedereen verliest. Het smaakt heel bitter als iedereen gelukkig en succesvol is.

Maar waarom komt het idee van de ander om te beginnen in je hoofd? Laat me het je weer vertellen: omdat je je eigen sappen niet laat stromen, omdat je je eigen geluk niet laat groeien, omdat je je eigen wezen niet laat bloeien. Daardoor voel je je leeg van binnen, en je kijkt naar de buitenkant van iedereen, omdat alleen de buitenkant zichtbaar is.

Jij kent jezelf van binnen, en je kent de anderen van buiten: dat geeft jaloezie. Zij kennen jouw buitenkant en ze kennen hun eigen binnenkant: dat geeft jaloezie. Niemand anders kent jouw binnenkant. Je weet dat je daar niets bent, waardeloos. En de anderen zien er van buiten zo lachend uit. Hun glimlach mag dan onecht zijn, maar hoe weet je dat? Misschien glimlachen hun harten ook. Jij weet dat jouw glimlach onecht is, want je hart lacht helemaal niet, misschien huilt het wel.

Jij kent je interieur, en alleen jij kent het, niemand anders. En jij kent de buitenkant van iedereen, en die buitenkant hebben ze prachtig gemaakt. Buitenkanten zijn pronkstukken en die zijn heel bedrieglijk.

Er is een oud Sufi verhaal:

Er was eens een man die gebukt ging onder zijn lijden. Hij placht God elke dag te bidden, “Waarom ik? Iedereen lijkt zo gelukkig, waarom ben ik de enige die zo lijdt?” Op een dag bad hij in grote wanhoop tot God, “U kunt me het lijden van wie dan ook geven en ik zal bereid zijn het te accepteren. Maar neem mijn lijden weg, ik kan het niet langer dragen.”

Die nacht had hij een prachtige droom – mooi en heel onthullend. Hij Had die nacht een droom dat God in de hemel verscheen en tegen iedereen zei, “Breng al jullie lijden naar de tempel.” Omdat iedereen moe was van z’n lijden – in feite had iedereen wel eens gebeden, “Ik ben bereid het lijden van iemand anders te accepteren, maar neem mijn lijden weg, het is te zwaar, het is ondraaglijk.”

Dus verzamelde iedereen z’n eigen lijden in zakken en ze kwamen naar de tempel en ze zagen er gelukkig uit; de dag is gekomen, hun gebeden zijn verhoord. En deze man snelde ook naar de tempel.

En toen zei God, “Zet de zakken tegen de muren.” Alle zakken werden tegen de muren gezet en toen verklaarde God, “Nu kun je kiezen. Iedereen kan een zak nemen.”

En het verrassende was het volgende: deze man die aldoor had gebeden, snelde naar zijn eigen zak voordat iemand anders hem kon pakken! Maar hij was heel verbaasd, want iedereen rende naar zijn eigen zak, en iedereen was gelukkig om het opnieuw te kiezen. Wat was er aan de hand? Voor het eerst had iedereen de ellende van anderen gezien, het lijden van anderen – hun zakken waren net zo groot, of zelfs groter!

En er was nog een probleem, namelijk, dat men gewend was geraakt aan het eigen lijden. Om nu dat van een ander te kiezen – wie weet wat voor lijden er in die zak zit? Wat kan het je schelen? Je kent in ieder geval je eigen lijden, en je bent eraan gewend, en het is te verdragen. Je hebt het al zoveel jaren verdragen – waarom zou je het onbekende kiezen?

En iedereen ging gelukkig naar huis. Er was niets veranderd, ze brachten dezelfde zak met lijden terug, maar iedereen was gelukkig, lachend en blij dat ze hun eigen zak terug hadden.

De volgende ochtend bad hij tot God en zei, “Dank u voor de droom; ik zal het nooit meer vragen. Wat u me ook gegeven hebt, is goed voor mij, het moet goed voor me zijn; daarom hebt u het me gegeven.”

Door jaloezie ben je in voortdurend lijden en wordt je gemeen tegen anderen. En door jaloezie ga je onecht worden, omdat je begint te doen alsof. Je doet net of je dingen hebt die je niet hebt, je doet net of je dingen hebt die je niet kunt hebben, die niet natuurlijk voor je zijn. Je wordt steeds meer namaak. Anderen nadoen, wedijveren met anderen, wat kun je anders doen? Als iemand iets heeft wat jij niet hebt, en er is geen natuurlijke manier om het te hebben, dan is de enige manier om een soort goedkope vervanging te nemen.

Ik hoor dat Jim en Nancy Smith deze zomer een geweldige tijd hebben gehad in Europa. Het is zo goed wanneer een stel de kans krijgt het helemaal te beleven. Ze zijn overal geweest en hebben alles gedaan. Parijs, Rome… wat je maar noemt, ze zagen het en hebben het gedaan.

Maar het was zo genant toen ze terugkwamen en door de douane gingen. Je weet hoe douane beambten al je persoonlijke bezittingen doorzoeken. Ze openden een tas en haalden er drie pruiken uit, en zijden ondergoed, parfum, kleurstof voor het haar… echt pijnlijk. En dat was pas de tas van Jim!

Kijk maar eens in je tas en je zult zoveel kunstmatige en rare namaak dingen ontdekken – waarvoor? Waarom kun je niet natuurlijk en spontaan zijn? – Dat komt door jaloezie.

De jaloerse mens leeft in een hel. Houd op met vergelijken en jaloezie zal verdwijnen, gemeenheid zal verdwijnen en onechtheid zal verdwijnen. Maar je kunt het alleen loslaten als je je innerlijke schatten laat groeien, er is geen andere manier.

Wordt volwassen en wordt steeds meer een authentiek individu. Houd van jezelf en respecteer jezelf zoals God je gemaakt heeft en dan zullen meteen de deuren van de hemel voor je opengaan. Ze waren altijd al open, maar je had ze niet gezien.

The Book of Wisdom, Chapter 27