Quantcast

Osho Books I Have Loved Boeken waar ik van Houd

Boeken waar ik van Houd

O.K. Maak je klaar om aantekeningen te maken.

Wat zou de wereld zijn zonder mensen als Devageet. We zouden niets geweten hebben van Socrates als Plato geen aantekeningen had gemaakt, noch van Boeddha, noch van Bodhidarma. Ook Jezus is bekend geworden door de aantekeningen van zijn discipelen. Van Mahavira wordt gezegd dat hij nooit een woord heeft gesproken. Ik weet waarom dat gezegd word. Het is niet zo dat hij nooit een woord sprak, maar dat hij nooit direkt communiceerde met de wereld, maar alleen via de aantekeningen van zijn discipelen.

Er is geen enkel geval bekend, dat de verlichte persoon zelf iets geschreven heeft. Zoals je weet, is een verlichte persoon wat mij betreft niet het einde. Er is ook nog een transcendentale staat, die noch verlicht, noch niet-verlicht is. Nu, in die staat van bewustzijn dat de discipel via intieme communie – ik gebruik bewust niet het woord communicatie, maar communie – een soort versmelting, gewoon de hand van de meester wordt.

Maak je dus klaar voor je aantekeningen, want de laatste keer, hoewel ik het niet wilde, ging ik de naam van de dichter-zanger Geet Govind noemen. Op de een of andere manier lukte het hem niet te noemen. Ik deed net of ik hem vergeten was, maar het weegt zwaar op mijn hart. De hele dag voelde ik me een beetje bezorgd over Jaydeva – dat is de naam van de dichter-zanger Geet Govind.

Waarom ik zijn naam niet wilde noemen? Voor zijn eigen bestwil. Hij was nog niet eens dicht bij verlichting gekomen. Ik heb Mikhail Naimy genoemd, de maker van Het Boek van Mirdad, ik heb Kahlil Gibran genoemd, en vele anderen. Nietzsche, Dostoevsky, Walt Whitman. Zij zijn niet verlicht, maar er heel dicht bij, juist op de rand, één duwtje en ze zijn er, in de tempel. Ze staan al bij de deur, ze durven niet te kloppen… en de deur is niet eens op slot. Ze hoeven maar te duwen en hij is open. Hij is al open, hij heeft maar een duwtje nodig, net zoals zij slechts een duwtje nodig hebben. Vandaar dat ik hun namen noem.

Maar Jaydeva is niet eens dichtbij de tempel. Het is een wonder hoe Geet Govind op hem is neergedaald. Maar niemand kent de mysteries van God – en denk eraan er is geen God, het is maar een uitdrukking. Niemand kent de mysteries van het bestaan, de overdaad ervan. Soms stroomt het over onvruchtbaar land, soms regent het niet op vruchtbare grond. Het is gewoon zo, daar kan niets aan gedaan worden.

Jaydeva is onvruchtbare grond; Geet Govind, dit buitengewoon prachtige gedicht, het lied van God, daalde op hem neer. Hij moet het hebben gezongen, het hebben gecomponeerd, zonder te weten wat hij aan het doen was. Ik zie hem nergens dichtbij de tempel, vandaar dat ik onwillig was zijn naam te noemen. Het zou hem nog meer egoïstisch kunnen maken. Vandaar dat ik zei, “Om zijn eigen bestwil,” maar ik voelde dat het niet de fout van de arme man is – hij is zoals hij is – maar hij heeft een mooi kind gebaard, en als ik het kind noem, laat ik dan ook de naam van de vader noemen; anders denken mensen dat het kind een bastaard is. De vader is dat misschien, maar het kind niet.

Ik voel me enorm opgelucht dat ik voor altijd klaar ben met Jaydeva. Maar er staat een rij voor de deur. Jullie hebben geen idee hoe ik in de knel zit. Ik had er van tevoren niet aan gedacht, want ik ben geen denker en ik denk niet voordat ik spring. Ik spring eerst en dan denk ik. Ik noemde zomaar tien mooie boeken. Ik had niet verwacht dat zoveel andere me zouden lastig vallen. Dus nog tien.

Het eerste: De Fragments van Heraclitus. Ik houd van deze man. Apropo, laat ik zeggen, als een aantekening in de kantlijn, dat ik van allen hou, maar ze niet allemaal aardig vind. Ik vind sommige aardig, en sommige niet, maar ik hou van allemaal. Dat spreekt vanzelf. Ik houd net zoveel van Jaydeva als van Heraclitus, maar Heraclitus vind ik ook aardig.

Er zijn er heel weinig die ik in dezelfde kategorie kan plaatsen als Heraclitus. Wat ik zeg is eigenlijk niet waar, er is niemand. Nu zeg ik wat ik altijd al wilde zeggen. Er is niemand, ik herhaal, niemand die in dezelfde kategorie thuishoort als Heraclitus. Hij is gewoon geweldig – gevaarlijk verlicht, onbevreesd wat betreft de konsekwenties van wat hij zegt.

Hij zegt in deze Fragments – het zijn weer de aantekeningen van een Devageet, een discipel…. Heraclitus schreef niet zelf. Er moet een reden zijn, een of andere reden waarom deze mensen niet schrijven, maar daarover later. Heraclitus zegt in de Fragments, “Je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen.” En hij zegt ook, “Nee, je kunt zelfs niet één keer in dezelfde rivier stappen…” Dit is heel erg mooi, en ook waar.

Alles verandert, en verandert zo snel dat het onmogelijk is twee maal in dezelfde rivier te stappen; je kunt niet eens één keer in dezelfde rivier stappen. De rivier stroomt voortdurend, stroomt en stroomt en stroomt naar de oceaan, naar het oneindige, verdwijnt in het onbekende.

Dit is het eerste boek op mijn lijst vanavond: Heraclitus.