Quantcast

Osho Books I Have Loved Boeken waar ik van Houd

Boeken waar ik van Houd

Nu het naschrift. In de laatste sessie, toen ik zei dat dit het slot was van deze serie van vijftig boeken die ik op de lijst wou zetten, was dat maar willekeurig. Ik bedoel niet het einde, maar het aantal. Ik had vijftig gekozen, want ik dacht dat het een goed aantal zou zijn. Men moet nu eenmaal beslissen en alle beslissingen zijn willekeurig. Maar de mens wikt en God beschikt – de god die niet bestaat.

Toen ik zei dat dit het einde van de serie is, kwam de menigte die me afluisterde -- Jaydeva van Geet Govind, Madame Blah-Blah Blavatsky van The Secret Doctrine en het hele gezelschap, waarvan ik de meeste wel ken, maar niet wil erkennen, wat te zeggen over in de lijst opnemen. Toen ze hoorden dat dit het slot is, verdwenen ze allemaal.

Toen zag ik tot mijn grote vreugde de betekenis van het gezegde van Jezus: Gezegend zijn de zachtmoedigen, want hunner is het koninkrijk van God. Hij zegt ook: Gezegend zijn zij die aan het einde staan, de laatsten, die niet proberen voor te dringen – die niet duwen, maar gewoon staan te wachten. Toen de menigte uiteen ging, zag ik de enkelen die gezegend zijn, vandaar het naschrift.

Zelfs ik kon niet geloven dat ik Gautama de Boeddha’s Dhammapada niet had opgenomen. Gautam Boeddha zat hier stilletjes op de laatste rij. Ik houd van de man zoals ik van niemand anders heb gehouden. Ik heb mijn hele leven lang over hem gesproken. Zelfs terwijl ik over anderen strak, sprak ik over hem. Noteer dit, het is een bekentenis. Ik kan niet over Jezus spreken zonder Boeddha erbij te halen. Ik kan niet over Mohammed spreken zonder Boeddha erbij te halen. Of ik hem direct noem of niet dat is een andere zaak. Het is echt onmogelijk voor mij om te spreken zonder Boeddha erbij te halen. Hij zit me in het bloed, in mijn botten en in mijn merg. Hij is mijn stilte en mijn lied. Toen ik hem daar zag zitten, herinnerde ik me hem. Ik kan me niet eens verontschuldigen, het gaat verontschuldiging te boven.

Dhammapada betekent letterlijk ‘het pad van de waarheid’, of nog nauwkeuriger ‘het voetspoor van de waarheid’. Kun je de tegenstrijdigheid zien?

Naar binnen gaan
Naar buiten gaan
de watervogel
laat geen spoor na,
noch heeft het een gids nodig.

De waarheid is onzegbaar. Er is geen voetspoor. Vogels die in de lucht vliegen, laten geen voetafdrukken achter… en boeddhas zijn vogels in de lucht. Maar boeddhas spreken altijd in tegenstrijdigheden en het is prachtig dat ze tenminste spreken. Ze kunnen niet spreken zonder zichzelf tegen te spreken, daar kunnen ze niets aan doen. Over de waarheid spreken is jezelf tegenspreken. Niet te spreken is ook in tegenspraak, omdat wanneer je probeert niet te spreken, je weet dat je stilte ook een uitdrukking is, zonder woorden misschien, maar toch een uitdrukking.

Boeddha gaf de naam Dhammapada aan zijn grootste boek, en er zijn tegenstrijdigheden op tegenstrijdigheden. Hij is zo vol van tegenstrijdigheden dat, geloof me, behalve ik, niemand hem kan verslaan. Hij zou natuurlijk blij zijn dat hij zou worden verslagen door mij, net zoals een vader af en toe geniet als hij wordt verslagen door zijn eigen kind. Het kind zit als overwinnaar op zijn vaders borst, maar de vader heeft hem gewoon laten winnen. Alle Boeddhas laten zich verslaan door degenen die van hen houden. Ik sta mijn discipelen toe me te verslaan, mij voorbij te gaan. Er kan niets meer vreugdevol zijn dan een discipel te zien die me overtreft.

Boeddha begint zelfs met de naam Dhammapada -- dat is wat hij gaat doen: hij gaat het onzegbare zeggen, het onuitspreekbare uitspreken. Maar hij spreekt zo prachtig over het onuitspreekbare dat Dhammapada als een Everest is. Er zijn bergen en bergen, maar geen enkele rijst zo hoog op als de Everest.

Ik zag Boeddha zitten. Ik zag er nog meer, de mooiste, de zachtmoedigste – niet zoals Blavatsky die op de deur bonkt en schreeuwt, “Laat me erin!” Ik zag Mahavira naakt… want de waarheid is naakt, hij staat daar in volslagen stilte. Zijn discipelen houden zijn boek vast, niet hijzelf.