Quantcast

Osho Books I Have Loved Boeken waar ik van Houd

Boeken waar ik van Houd

Nu is het mijn tijd. Ik denk niet dat er iemand in een tandarts stoel heeft gesproken. Ik voel me bevoorrecht. Ik zie boeddha’s die jaloers op me zijn.
De P.S. gaat verder…

Het eerste boek vandaag: Destiny of the Mind van Haas. Ik weet niet hoe zijn naam wordt uitgesproken: h-a-a-s – ik spreek het uit als Haas. Het boek is niet erg bekend, om de eenvoudige reden dat het zo diepgaand is. Ik denk dat deze kerel Haas een Duitser moet zijn; maar evengoed heeft hij een boek van immens belang gecreëerd. Hij is geen dichter, hij schrijft als een wiskundige. Hij is de man die me het woord philosia heeft gegeven.

Filosofie betekent ‘liefde voor wijsheid’; philo is liefde, en is wijsheid, maar het is niet van toepassing op darshan, de oosterse manier van kijken naar het geheel. Filosofie is scherp.

In zijn boek Destiny of the Mind, gebruikt Haas niet het woord filosofie, maar philosia. Philo betekent nog steeds liefde, maar osia betekent waarheid, het ware, het ultieme ware – niet liefde voor kennis of wijsheid, maar liefde voor de waarheid, aangenaam of niet aangenaam, dat maakt niet uit.

Dit is een van die boeken die het oosten en het westen dichter bij elkaar hebben gebracht – maar slechts dichterbij, meer kunnen boeken niet doen. Om de ontmoeting te laten plaatsvinden is een mens nodig, niet een boek, en Haas was die mens niet. Zijn boek is prachtig, maar hij is zelf heel gewoon. Voor de echte ontmoeting is een Boeddha, een Bodhidharma, een Jezus, een Mohammed of een Baal Shem nodig. Kort gezegd, meditatie is nodig, maar ik denk niet dat deze man Haas ooit gemediteerd heeft. Hij heeft zich misschien geconcentreerd – Duitsers weten veel over concentratie en concentratiekampen. Geweldig! Ik heb meditatiekampen gehouden en zij hebben concentratiekampen gehouden! Concentratie is Duits, meditatie is dat niet. Ja, zo af en toe komt er zelfs in Duitsland een meditator voor, maar dat is niet de regel, maar een uitzondering, en de uitzondering bevestigt de regel. Ik ken Eckhart en ik ken Böhme…